Uitdroging
In het kort
Bij uitdroging heeft uw lichaam te weinig vocht.
Uw lichaam bestaat voor een groot deel uit water. Dat is nodig om goed te kunnen werken. U verliest elke dag vocht via uw adem, plas, zweet en ontlasting. Dat vult u aan door te drinken en te eten. Als u te weinig vocht binnenkrijgt of te veel verliest, kunt u uitdrogen. Dit gebeurt sneller bij:
- Diarree of braken
- Koorts of veel zweten
- Niet of weinig drinken, bijvoorbeeld bij ziekte of slikproblemen
- Hoge leeftijd: ouderen merken dorst vaak minder goed
- Jonge kinderen: zij drogen sneller uit
- Bepaalde medicijnen, zoals plaspillen
U kunt last hebben van één of meer van deze klachten:
- Dorst of een droge mond
- Minder plassen, of donkere urine
- Erge moeheid of duizeligheid
- Snelle hartslag of hartkloppingen
- Koude handen of voeten
- Hoofdpijn of suf gevoel
- Droge huid of ingevallen ogen
- Verwardheid (bij ouderen)
Bij jonge kinderen kunnen ook deze klachten voorkomen:
- Huilen zonder tranen
- Droge mond en tong
- Minder natte luiers
- Sufheid of slaperigheid
- Snelle ademhaling
- Drink regelmatig kleine slokjes water
Ook als u zich niet dorstig voelt. - Drink bouillon of thee zonder suiker
Zout en vocht helpen bij herstel. - Eet iets met vocht, zoals yoghurt, soep of fruit.
- Gebruik ORS (suiker-zout-oplossing)
Dit helpt om het vocht in uw lichaam vast te houden.
Vraag dit bij de apotheek of drogist. - Vermijd alcohol of koffie
Die drogen het lichaam extra uit. - Laat uw kind vaker drinken
Bijvoorbeeld water, thee of ORS.
- Drink regelmatig kleine slokjes water
Wilt u weten of u naar de dokter moet? Vul dan onze online vragenlijst in. U krijgt snel een advies dat past bij de situatie.
Deze informatie is opgesteld in begrijpelijke taal voor patiënten, geschreven door het medisch team van Moet ik naar de dokter? en gebaseerd op de richtlijnen van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en de Nederlandse Triage Standaard (NTS). Wij stellen geen medische diagnose en deze informatie is geen vervanging voor het oordeel van een arts.
